vrijdag 18 augustus 2017

AOW-leeftijdskramp door CPB, slot

Volgens het CPB is het verlagen van de AOW-leeftijd erg duur, namelijk minstens 2% bbp, oftewel ongeveer 15 miljard euro. Let wel, dat zijn de kosten in 2060. Wij hebben laten zien dat als je andere aannames maakt over de hoogte van de bruto AOW, of de werkgelegenheid van de ouderen die kosten veel lager kunnen uitvallen. Als u precies wilt weten hoe wij die berekeningen hebben gedaan, kijk dan hier. Welke berekeningen zijn dan waar, de onze of die van het CPB? Dat kunnen we nu nog niet weten, want het gaat over het jaar 2060 en als we dan in 2060 zijn aangekomen (maar ik ga dat niet meemaken), dan weten we het nog niet. Natuurlijk, we (behalve ik dan) kunnen in 2060 de AOW-uitgaven uitrekenen en vergelijken met de berekeningen die wij of het CPB hebben gemaakt, maar dat is niet zo zinvol. Er zal zoveel anders zijn in 2060 dan wij en het CPB nu verwachten dat het 100% zeker zal zijn, dat de AOW-uitgaven anders uitvallen dan het CPB (of wij) hadden berekend. We zouden de AOW-uitgaven in 2060 moeten vergelijken met de AOW-uitgaven die er geweest zouden zijn bij een andere AOW-leeftijd. Dan weten we inderdaad precies wat de kosten zijn van een andere AOW-leeftijd. Maar, alweer een probleem: de kosten van een andere AOW-leeftijd dan de feitelijke AOW-leeftijd weten we ook niet, want die andere AOW-leeftijd geldt nu eenmaal niet. Kortom, de waarde van de berekeningen van het CPB (en van ons) over de effecten van een andere AOW-leeftijd zijn nooit en te nimmer te bepalen. Het is, met andere woorden, een wetenschappelijk onverantwoorde exercitie. Waarom steekt CPB-directeur Laura van der Geest dan toch haar hand er voor in het vuur? Tsja, wij hebben wel een vermoeden, maar daar gaan we de lezer niet mee vermoeien.

woensdag 9 augustus 2017

AOW-leeftijdskramp door CPB IV

Als we aannemen dat een verhoging van de AOW-leeftijd naar 71 jaar tot minder in plaats van meer werkgelegenheid voor ouderen leidt (dit laatste neemt het CPB aan), zijn in 2060 de AOW-uitgaven ongeveer even hoog als wanneer de AOW-leeftijd op 65 jaar wordt gezet. In de figuur zijn dat, respectievelijk de oranje curve en de gele curve. Met andere woorden, het zou kunnen zijn dat een verhoging van de AOW-leeftijd tot zoveel extra werkloosheid (of arbeidsongeschiktheid) onder ouderen leidt dat het besparingseffect van de verhoging volledig verdwijnt. Dan hebben we nog niet eens de hogere werkloosheids- en arbeidsongeschiktheidsuitkeringen bij de kosten van de AOW opgeteld. Daarbij moet ik wel opmerken dat ik van lagere AOW-uitkeringen uitga dan het CPB. Het CPB neemt namelijk aan dat de overheid in de toekomst veel genereuzer tegen de AOW-er zal zijn dan de overheid tot nu toe in feite was. Ik neem aan dat de overheid in de toekomst net zo genereus is voor de AOW-ers als de overheid in de afgelopen 30 jaar. Dit betekent dat de AOW-uitkering geleidelijk achter raakt op de algemene welvaartsontwikkeling. Kan dat zomaar, zonder dat de mensen met de laagste inkomens tot de bedelstaf vervallen? Zeker kan dat. We hebben het namelijk over de bruto AOW die achter blijft. De netto AOW blijft echter redelijk in de pas met de welvaart. Dit kan worden verklaard door speciale faciliteiten die voor AOW-ers met een laag inkomen in het leven zijn geroepen, zoals de ouderenkorting, om het netto inkomen op peil te houden. Deze specifiek gerichte faciliteiten zouden in de toekomst gehandhaafd en eventueel uitgebreid kunnen worden. De bruto AOW daalt, zodat ouderen met hoge inkomens erop achteruit gaan; de ouderen met lage inkomens worden beschermd. De inkomensongelijkheid onder ouderen (die erg hoog is) neemt er dus ook nog eens door af. Kassa! (wordt vervolgd)

zaterdag 29 juli 2017

AOW-leeftijdskramp door CPB III

Wat zal er gebeuren als de verhoging van de AOW-leeftijd tot minder werkgelegenheid voor ouderen leidt, in plaats van tot meer, zoals het CPB aanneemt? Ik heb uitgerekend wat er kan gebeuren als je aanneemt dat de werkgelegenheid van ouderen juist verslechtert bij een verhoging van de AOW-leeftijd. Stel dus dat een deel van de ouderen die door moeten blijven werken na de verhoging van de AOW-leeftijd niet doorwerkt, maar werkloos wordt, of arbeidsongeschikt, of gewoon thuis zit en gedwongen wordt zijn/haar spaarcenten op te maken. Dan kost de AOW minder (want de AOW-leeftijd is hoger), maar het nationaal inkomen is ook minder dan gedacht (want er wordt minder gewerkt en dus minder geproduceerd dan eerder werd verwacht). Het gevolg van dat laatste effect (lager nationaal inkomen) is dat als de AOW-leeftijd wordt verhoogd de AOW-uitgaven als percentage van het nationaal inkomen hoger kunnen uitvallen. In de figuur zien we wat er zoal allemaal kan gebeuren als de AOW-leeftijd al dan niet wordt verhoogd. De onderste blauwe curve zijn de AOW-uitgaven als percentage van het nationaal inkomen bij een AOW-leeftijd van 71 jaar in 2060, volgens de berekening van het CPB. De bovenste grijze curve zijn de AOW-uitgaven (% bbp) als de AOW-leeftijd op 65 jaar wordt gehouden tot in 2060. Alweer volgens het CPB, maar volgens mijn berekening geldt dan de gele lijn. Bij een AOW op 65 zijn de uitgaven (% bbp) weliswaar hoger dan wat het CPB berekent bij een AOW op 71 jaar, maar veel lager dan het CPB aanneemt. Wat nog veel interessanter echter, is de oranje curve. Deze curve krijgen we als we aannemen dat een verhoging van de AOW-leeftijd naar 71 jaar leidt tot een lagere werkgelegenheid in plaats van een hogere werkgelegenheid voor ouderen zoals het CPB aanneemt (wordt vervolgd). 

dinsdag 25 juli 2017

AOW-leeftijdskramp door CPB II

We zagen dat het CPB aanneemt dat ouderen bij een verhoging van de AOW-leeftijd makkelijker aan een baan zouden kunnen komen. Ouderen worden echter sinds de verhoging van de AOW-leeftijd in 2012 relatief veelvuldig op straat gezet en anders komen ze wel in een arbeidsongeschiktheidsregeling. Voor werkloze ouderen is het vrijwel onmogelijk een baan te vinden. Het CPB sluit zijn ogen er voor, want het gelooft blind dat prijsveranderingen evenwicht brengen als er iets verandert op de markt. Dus het CPB neemt aan dat als meer mensen een baan zoeken, en de vraag naar arbeid niet verandert, de lonen zullen gaan dalen om evenwicht te krijgen op de arbeidsmarkt. Werkgevers zullen dan meer mensen aannemen en iedereen die een baan wil, krijgt een baan. Als dus de AOW-leeftijd wordt verhoogd, zodat meer (oudere) mensen moeten (blijven) werken, zullen al die extra oudere werknemers gewoon aan het werk blijven of komen. Met een lager loon, dat wel, maar dat is de markt. Het is overigens niet duidelijk of het CPB dit een feitelijke, dan wel een wenselijke ontwikkeling vindt. De directeur van het CPB heeft er namelijk eerder voor gepleit de WW-uitkering te verlagen, zodat ook het loon voor ouderen kan dalen (want een ‘hoge’ WW-uitkering is een rem op loondaling). Zij vindt het dus wenselijk dat het loon gaat dalen. Is er een aanwijzing dat bij lagere lonen voor ouderen, zij minder snel ontslagen worden en eerder een baan vinden? Niet dat ik weet: er zijn al diverse subsidieregelingen in het leven geroepen voor werkgevers die ouderen in dienst willen nemen. Het blijkt niet erg te helpen: werkgevers willen ouderen helemaal niet in dienst nemen. Het lijkt er eerder op dat in plaats van meer werkgelegenheid een verhoging van de AOW-leeftijd tot minder werkgelegenheid voor ouderen leidt. (wordt vervolgd).

maandag 24 juli 2017

AOW-leeftijdskramp door CPB

Over de kosten van de AOW in 2060 heb ik afgelopen voorjaar flink wat buikkrampen gehad. Samen met David Hollanders had ik laten zien dat het CPB stelselmatig de toekomstige AOW-uitgaven overschat, omdat het CPB aanneemt dat de AOW-uitkering net zo hard of zelfs harder stijgt dan de verdiende lonen. Dat is de afgelopen 30 tot 40 jaar niet het geval geweest en als dat de komende 40 jaar ook niet het geval is, zullen de AOW-uitgaven veel lager zijn dan het CPB heeft uitgerekend: de AOW-uitgaven zullen dan een steeds kleiner deel van het nationaal inkomen in beslag nemen. Deze berekeningen hadden we gedaan voor de politieke partij 50PLUS die deze berekeningen als ‘bewijs’ gebruikten dat de AOW-leeftijd op 65 jaar zou kunnen worden gezet zonder dat dit tot een ‘onbetaalbare’ AOW zou leiden. Mijn verwachting was dat journalisten uit onze berekeningen zouden afleiden dat het CPB overdreven negatieve ‘voorspellingen’ over de kosten van de AOW had gemaakt. Helaas, journalisten waren er vrij algemeen op uit om de leider van 50PLUS, Henk Krol, een hak te zetten. Ze maakten van onze berekeningen dat 50PLUS de AOW-uitkering niet meer de loonstijging wilden laten volgen, of nog erger, dat de AOW-uitkering verlaagd zou worden de komende 40 jaar. Dat de berekeningen van het CPB niet deugden, werd verzwegen, terwijl dat wat mij betreft de boodschap was, want er was meer, want behalve dat het CPB de AOW-uitkering te hoog inschatte, ging ze ook uit van de veronderstelling dat bij een verhoging van de AOW-leeftijd ouderen makkelijker aan een baan zouden kunnen komen. Ook dat is een vrij zonderlinge aanname die op geen enkele wijze door de feitelijke ontwikkeling wordt gestaafd (wordt vervolgd).

donderdag 22 december 2016

Heeft Nederland echt een nationaal zorgfonds nodig?

Hieronder volgt een serie blogs  over de noodzaak van een nationaal zorgfonds, zoals dat door de SP is voorgesteld. De blogs zijn geschreven vanuit economisch perspectief, daarom wordt het hier en daar dan ook wel een beetje technisch. Dat wil zeggen, er worden grafieken met ‘vraagcurven’ gebruikt om bijvoorbeeld het begrip overconsumptie van medische behandelingen te illustreren, of om de (on)mogelijkheid van een eigen risico aan te tonen. We beginnen met het bespreken van de erkende problemen in (zorg)verzekeringen, namelijk het bestaan van risicoselectie en overconsumptie. Deze problemen zijn in de economische literatuur al ruim 40 jaar bekend. De wetgever kent ze ook, gezien ons huidige zorgstelsel. Over dat stelsel is meer dan 20 jaar vergaderd in de Kamer en in commissies voordat uiteindelijk in 2006 de huidige basisverzekering in de zorg werd ingevoerd. De grondprincipes van het stelsel worden internationaal als basis beschouwd voor hervormingen elders. Zo is bij de Amerikaanse hervorming in de zogenoemde Obama-care volop geput uit elementen van ons stelsel. Het is duidelijk dat desondanks het huidige stelsel niet ideaal is. Geen enkel stelsel is ideaal, want Utopia bestaat niet. Zo wordt risicoselectie in het huidige stelsel deels voorkomen door wetgeving, maar overconsumptie niet of zeer gebrekkig. Een eigen risico is op die overconsumptie gericht, maar om politieke redenen was de effectiviteit van dat eigen risico al bij voorbaat tot vrijwel nul beperkt. Zou een nationaal zorgfonds het beter doen dan het huidige stelsel? Het lijkt me niet, zoals ik hopelijk over enige tijd duidelijk heb gemaakt. De serie is nog niet ten einde, maar het begin is er. Als u bij dat begin wil beginnen, druk dan hier en volg via “wordt vervolgd” aan het eind van ieder blog de opeenvolgende blogs. 

woensdag 21 december 2016

Wanneer zorgverzekeraars de medici niet in toom houden I

Volgens het plaatje zijn van alle landen in de wereld in de VS de medische kosten per hoofd het hoogste en de medische uitkomst een van de laagste. Dus, de markt werkt niet, zoals de voorstanders van een nationaal zorgfonds beweren? Inderdaad, maar we hebben het hier over een markt die niet door de overheid gereguleerd wordt (of dus eigenlijk dankzij Obama werd, maar na Obama misschien weer, dankzij Trump, volkomen ‘vrij’ wordt). Onbeperkte marktwerking leidt tot ‘verkeerde’ concurrentie. Zorgverzekeraars willen dan vooral de ‘goede’ risico’s, de mensen die een kleine kans hebben om ziektekosten te maken. Dat zijn jonge, gezonde mensen met een relatief hoog inkomen. Verzekeraars gaan deze groep dure zorg aanbieden, maar met een hoog eigen risico, zodat de slechte risico’s dergelijke polissen niet zullen nemen. Concurreren met de premies kan dan niet goed, omdat iedereen zijn eigen premie heeft, afhankelijk van het risico op ziekte dat hij/zij loopt. De belangrijkste opgave voor zorgverzekeraars in de VS was dan ook niet om de premie laag te houden, maar om de ‘slechte’ risico’s te weren, dus de mensen met een hoge kans om ziek te worden (oudere, ongezonde en arme mensen). Deze mensen konden geen betaalbare zorgverzekering vinden (tot Obamacare zijn intrede deed) en als ook de overheid hen geen verzekering aanbod (Medicare of Medicaid, alleen voor de allerarmsten), bleven ze onverzekerd. De verzekeraars houden zich meer bezig met het weren van verzekerden met een hoge kans op ziekte dan met het weren van dure artsen. Geen wonder dus dat de VS hoge zorgkosten en slechte medische uitkomsten heeft. Voor de mensen die een verzekering hebben, tellen de kosten van een behandeling niet en voor diegenen die geen verzekering hebben, zullen de gezondheidsuitkomsten op zijn best neutraal en op zijn slechtst catastrofaal zijn. En hoe ging het dan in Nederland voordat het huidige stelsel werd ingevoerd? (wordt vervolgd).