dinsdag 19 februari 2013

Overheidsbeleid: waar leidt dat toe?

Zullen rationele verwachtingen van gezinnen er toe leiden dat overheidsbeleid geen effect heeft? Dat dacht econoom Robert Lucas die voor die gedachte een Nobelprijs kreeg. Of het echt waar is wat Lucas dacht, weten we eigenlijk niet. In een simpel modelletje is het effect van G wel te bepalen, maar in de werkelijkheid niet. Stel dat de overheid een extra ambtenaar aanstelt. Deze nieuwe ambtenaar was eerst werkloos (stel) en dus is er direct een positief effect. Die nieuwe ambtenaar krijgt een hoger inkomen en gaat dan meer besteden, bijvoorbeeld hij eet nu drie keer in plaats van twee keer per week buitenshuis. Restaurants zien hun omzet stijgen, en huren ook extra personeel in. Het inkomen in de economie gaat toenemen. Dit is het Keynesiaanse verhaal. Stel nu dat de buurman van de nieuwe ambtenaar ziet dat de overheid extra geld uittrekt om zijn buurman in dienst te nemen. De buurman gaat hierdoor juist minder vaak uit eten en misschien doen meer buren dat. Zij vrezen een belastingverhoging op termijn en gaan daarom minder geld uitgeven; zij gaan meer sparen. Dat is het Lucas-verhaal. Meer sparen hoeft niet erg te zijn: spaargeld komt bij banken terecht en die kunnen dat dan op hun beurt weer uitlenen, bijvoorbeeld aan investeerders. Of aan mensen die een hypotheek willen. Hebben al veel mensen een hypotheek? Ja, maar alleen de armen niet? Dan krijgen die nu ook een hypotheek, want de banken zwemmen in het geld nu veel mensen meer zijn gaan sparen. Maar als de armen massaal een hypotheek krijgen, kan dat leiden tot een kredietcrisis. Dat zagen we in de VS. Overheidsbeleid kan dus een positief, geen, een negatief effect hebben, of tot een kredietcrisis leiden.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen