zondag 24 maart 2013

Hoe economen hypothesen toetsen, I

Stel, een econoom wil onderzoek doen naar het loon van individuen. De econoom wil weten waar dat loon door bepaald wordt en hij (maar het kan natuurlijk ook een zij zijn) zal daar een hypothese over willen opstellen die hij dan met behulp van data wil toetsen. Bij het opstellen van een hypothese kan de economische theorie behulpzaam zijn. De theorie zegt bijvoorbeeld dat het loon bepaald wordt door de zogenaamde marginale productiviteit van het individu. Dat wil zeggen wat een individu toevoegt aan het product van een onderneming is zijn loon. De productiviteit van een individu wordt natuurlijk bepaald door zijn intellectuele en fysieke capaciteiten (cap), en daar hebben we dan een belangrijke variabele die zijn loon zal bepalen, namelijk cap. De variabele cap is helaas niet rechtstreeks te meten. Dus moeten er benaderingen gezocht worden zoals opleiding en ervaring die ook enig idee geven over individuele capaciteiten. Die benaderingen zijn onvolmaakt, maar economen (of eigenlijk econometristen) zijn heel ingenieus geweest in het bedenken van trucjes om de fouten die je maakt door een benadering te nemen zo klein mogelijk te maken. Uiteindelijk heeft de econoom dan een vergelijking opgesteld waarmee hij kan nagaan of individuele capaciteiten inderdaad bepalend zijn voor het loon. Hij verzamelt gegevens over variabelen die in zijn vergelijking staan en relateert die variabelen aan elkaar door middel van een statistische techniek. Meestal is dat de methode van kleinste kwadraten, maar er kunnen ook vele andere technieken gebruikt worden, afhankelijk van de soort data die worden gebruikt. Hoe dan ook, de data zijn verzameld, de hypothese is geformuleerd en de schattingstechniek is gekozen. Alles kan nu de computer in, even de statistiek er overheen en daar is het eerste ‘schattingsresultaat’.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten