dinsdag 12 maart 2013

Hoe weet het CPB dat het goed is de AOW-leeftijd te verhogen?

Het CPB berekende in 2009 het effect van een verhoging van de AOW-leeftijd met 2 jaar en kwam uit op een besparing van 4 miljard in 2030 voor de overheid, zo hebben we gezien. Hoe kwam het CPB aan die wijsheid? Door een model, dat eigenlijk een soort glazen bol is. Wat redelijk zeker is als de AOW-leeftijd verhoogd wordt van 65 naar 67 jaar, is dat in 2030 aan 66 en 67-jarigen geen AOW meer uitgekeerd hoeft te worden. Dat bespaart 4 miljard euro. Was dat dan alles? Nee, want er kunnen daarnaast nog veel meer minnen en plussen optreden. Het CPB zag voor 3 miljard minnen en voor 3 miljard plussen. Wat de plussen betreft, nam het CPB bijvoorbeeld aan dat als de AOW-leeftijd verhoogd zou worden, oudere werknemers hun pensioneringsdatum mee zouden laten schuiven met de wettelijk vastgestelde AOW-leeftijd. Er zouden dus meer ouderen willen werken. Volgens de berekeningen van het CPB leidde een hogere AOW-leeftijd ertoe dat 70.000 personen van 55 jaar of ouder zich extra op de arbeidsmarkt zouden melden. Dit zou tot een extra belastingopbrengst van twee miljard euro leiden. Het CPB ging er dus vanuit dat de extra ouderen die zich op de arbeidsmarkt aanbieden, ook aan een baan zouden komen. De markt zou daar voor zorgen, zo nam het CPB aan. Zorgt de markt daar echt voor?

Geen opmerkingen:

Een reactie posten