zondag 3 maart 2013

Jan Tinbergen, mijn held

Na de zomer van 1969 ging ik aan de Vrije Universiteit economie studeren. Ik had HBS-A gedaan, tot mijn eigen verdriet, maar als 15 jarige puber had ik niet genoeg mijn best gedaan op school om naar de HBS-B te mogen. Met een HBS-A diploma waren indertijd de studiemogelijkheden beperkt, maar toch was economie voor mij een positieve keuze. Ik wilde iets betekenen voor de wereld en dat kon met economie. Althans, dat dacht ik. Weg uit het ouderlijk huis was al een enorme cultuurschok voor mij, maar de erbarmelijk slechte kwaliteit van het onderwijs aan de VU maakte mij het eerste studiejaar regelrecht depressief. Dit ging niet over de economische werking van de maatschappij, waar ik over wilde leren. Dit ging, nou ja, dit ging nergens over. Zo was er een hoogleraar financiering die het week na week had over het hefboomeffect. In het boek dat hij voorschreef stond wel iets meer, geloof ik, maar ik heb het boek nooit ingekeken. Voor het tentamen haalde ik een 7. Verder was er een hoogleraar economische politiek die colleges gaf waar geen touw aan vast te knopen was. Hij had wel een heel interessant boek op de literatuurlijst gezet dat ik van A tot Z bestudeerd had voor het tentamen. Helaas, de hoogleraar stelde alleen maar onbegrijpelijke vragen over het onsamenhangende college dat hij had gegeven. Mijn kennis van het boek werd niet getoetst. Ik wilde weg van dit vak, maar waarheen? Moest ik dan mijn idealen opgeven omdat er zulke slechte docenten aan de VU rond liepen eind jaren 60? Toen kwam ik een boekje tegen van Jan Tinbergen dat simpelweg “Econometrie” heette. Dat boekje, zie foto met koffievlek, was een pleidooi om in de economie meer te meten en door middel van “multipele correlatierekening en het aanpassen van curven” verbanden tussen economische variabelen te ontdekken, zoals al vanaf de 19de eeuw “op natuurwetenschappelijke problemen was toegepast”. Tinbergen, gepromoveerd als natuurkundige, verwijst naar de oude discussie over de meetbaarheid van een subjectief begrip als warmte in de natuurkunde. Ondanks die subjectiviteit is een meetlat voor warmte ingevoerd en die “heeft tot een ontzaglijke ontwikkeling van de warmteleer bijgedragen”. Econometrie, dat was mijn redding, zo wist ik direct. Kon ik, ondanks mijn HBS-A toch nog iets van een exacte wetenschap doen (economie als natuurkunde) en ook nog de wereld helpen. Tinbergen was mijn redder, mijn held. 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen