vrijdag 12 april 2013

John Maynard Keynes over Jan Tinbergen en de Septuagint

70 econometristen vinden iets
Tinbergen wilde het bezwaar van Keynes over de generali-seerbaarheid van econometrische resultaten niet erg serieus nemen in maart 1940, zoals we zagen. De Tweede Wereldoorlog was bijna begonnen en Keynes en Tinbergen zouden meer dan vijf jaar geen contact meer kunnen hebben. Nog één keer gaf Keynes een reactie in een naschrift bij Tinbergen’s artikel. Het is een onder economen beroemd naschrift; het was bijtend, briljant en dodelijk. Ik zal een deel letterlijk citeren (in mijn vertaling): “Professor Tinbergen moedigt mij meerdere malen aan om zelf meer pudding te koken (of, bedoelt hij, te eten) alvorens te claimen dat die niet te verteren is. Ik zou dan als tegenprestatie om een experiment van zijn kant willen verzoeken. Zoals we weten werden de zeventig vertalers van de Septuagint in zeventig verschillende kamers opgesloten met de Hebreeuwse tekst. Toen zij klaar waren met hun vertalingen kwamen zij met zeventig identieke vertalingen. Zou hetzelfde wonder ons geschieden als zeventig econometristen (Keynes sprak van mutliple correlators) zouden worden opgesloten met hetzelfde materiaal?” Het was uiteraard een retorische vraag die in feite Tinbergen’s relaas over ‘wetmatigheden’ ridiculiseerde. Hoe kun je over wetmatigheden spreken als zeventig verschillende econometristen met zeventig verschillende modellen komen aanzetten voor dezelfde gegevens? Het was een dodelijke vraag, maar wie er het eerste dood ging, was Keynes. In 1946, vlak na de oorlog overleed hij. Tinbergen had toen nog bijna vijftig jaar voor de boeg.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen