maandag 1 april 2013

Leed Jan Tinbergen aan de confirmation bias?

De Nederlandse econoom Jan Tinbergen was één van de eersten die statistische methoden gebruikte om macro-economische relaties van ‘getallen te voorzien’. Hij deed dit ver voor de Tweede Wereldoorlog. Hij was ongetwijfeld een pionier in het ontwikkelen van de empirische onderzoekmethode in de economie. Maar leed hij ook aan de confirmation bias? Daar moet een genuanceerd antwoord op gegeven worden. In een van zijn eerste empirische studies betoogt Tinbergen dat een statistische toets nooit kan aantonen dat een theorie waar is. Maar een theorie kan wel onwaar blijken te zijn, of onvolledig, als die niet in overeenstemming is met een zekere verzameling data. Dat laatste was een zwaar statement, want hoe kun je dat zeker weten? Misschien gebruikte de onderzoeker wel te weinig data, of waren ze slecht gemeten. Maar Tinbergen was er helemaal niet op uit theorieën te verwerpen. In feite ging hij er van uit dat hij theorieën die waar zijn, kwantificeerde. Dus, zoals we eerder zagen, hij wilde door middel van “multipele correlatierekening en het aanpassen van curven” verbanden tussen economische variabelen weergeven. Hij wilde dus geen hypothesen verwerpen, hij wilde ware hypothesen van een kwantitatieve invulling voorzien. Hij verdiende daarmee de min of meer verholen spot van John Maynard Keynes, die andere economische gigant die voor de Tweede Wereldoorlog actief was. Keynes vond empirisch werk alchemie waar hij zijn neus voor ophaalde. Keynes geloofde meer in economisch redeneren dan in meten. Tinbergen geloofde in beide.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen