zondag 11 augustus 2013

Mijn tweede baan (1979-1982): DNB revisited II

Tegenwoordig wekt de De Nederlandsche Bank in haar personeelsadvertenties de indruk dat ze bij voorkeur exotische en excentrieke types in dienst neemt. Begin jaren 80 was DNB een vermolmd instituut waar hiërarchie en etiquette belangrijker waren dan inhoud. Het was bekend dat, mocht je eens het geluk hebben bij een directielid geroepen te worden, je vooral niet moest vergeten je colbert aan te trekken. Anders werd je er na afloop van het gesprek door de secretaresse van het directielid nog even op gewezen hoezeer het directielid had geleden door het ontbreken van je colbert. Het ontbreken van een stropdas was een nog grotere doodzonde. Bureaucratisch was DNB ook, in het pré-internettijdperk. Als ik bijvoorbeeld de export van, zeg, Gambia in 1977 wilde weten dan kon ik niet naar DNB-ambtenaar Mr. X gaan, wiens specialiteit het maken van exportstatistieken was. Als ik Mr. X zou mogen opbellen, had ik binnen een minuut de export van Gambia in 1977 geweten. Er waren toen mensen bij DNB werkzaam die hun ‘eigen’ statistieken uit hun hoofd kenden. Maar die mocht je niet zo maar benaderen. Dan zou je het hoofd van de afdeling van Mr X (of zijn secretaresse) op je dak krijgen. Ik moest eerst naar de baas van mijn afdeling, Martin Fase, aan wie ik moest vragen of hij wilde vragen aan de baas van de afdeling van Mr. X of Mr. X mij de export van Gambia in 1977 kon geven. Zo duurde het minstens een week, in plaats van een minuut, voor ik het gewenste gegeven had. Inderdaad, zoals ik al eerder zei, DNB had geluk dat toen niet de kredietcrisis was uitgebroken. Ze zouden het pas jaren later door hebben gehad.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten