dinsdag 27 augustus 2013

Mijn tweede empirische onderzoek (1980-1981): Morkmon

Bij De Nederlandsche Bank (DNB) was dus mijn belangrijkste bezigheid het schrijven van nota’s. In die nota’s liet ik wel eens de resultaten van een regressie zien, maar dat was nooit gebaseerd op een echt onderzoek dat tot een paper zou kunnen leiden. Maar ergens in 1980 werd door waarschijnlijk Martin Fase, al dan niet na toestemming van de directie van DNB, besloten dat er bij DNB een monetair model moest komen. Er waren wel allerlei deelonderzoeken, maar die waren nooit aan elkaar gekoppeld. Er werd een werkgroepje gevormd dat het model in elkaar mocht knutselen en ik zat daar ook bij. Het zou een van de leukste perioden uit mijn leven als econoom/econometrist worden. Waarom eigenlijk? Hoe kon werken op zo’n bureaucratisch instituut als DNB nu leuk zijn? Eenvoudig, we waren allemaal gelijk gestemd en hadden bij dit werk eigenlijk niet zo veel met de hiërarchie en de bureaucratie van de bank te maken. We waren enthousiast bezig data te verzamelen en vergelijkingen opnieuw te schatten en boomden daar op vrijdagmiddag lang over door. Er was in dat groepje niemand die met zijn carrière bezig was, niemand die de veren van de collega’s wilde afpikken. We wilden gewoon een monetair model maken en daar een mooi verhaal over schrijven. Mijn leven als hoofdbeambte bij DNB, begin jaren 80, lachte mij toe. Het was, helaas, het begin van het einde. Nog voor het monetair model helemaal klaar was, had ik DNB alweer verlaten. Mijn mooie inkomen gaf ik op en de hypotheek moest ik veel duurder, elders afsluiten. Nadat ik DNB had verlaten, duurde het minstens zeven jaar, maar misschien wel veel langer voor ik weer hetzelfde inkomensniveau als bij DNB had bereikt. Waarom ging ik dan weg? Dat komt later. We keren eerst weer terug naar andere economen.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen