dinsdag 15 oktober 2013

Een Nobelprijs voor de economie?

Nee, de Nobelprijs voor de economie is geen ‘echte’ Nobelprijs. De prijs werd in de jaren 60 door de Centrale Bank van Zweden ingesteld om Alfred Nobel alsnog postuum te eren met een prijs voor een vakgebied dat Nobel zelf over het hoofd had gezien. Volgens Taleb moet Nobel zich in zijn graf met afgrijzen afgewend hebben van deze prijs voor een vakgebied dat die naam niet verdient. De Nobelprijs past wel in onze huidige reeks dat je met economische argumenten alles kunt bewijzen, zowel dat een verschijnsel A (zeg immigratie) goed is voor de binnenlandse economie als dat A daar slecht voor is. De Nobelprijs voor dit jaar is uitgereikt aan economen die zo ongeveer het tegenovergestelde hebben beweerd (de markt is efficiënt versus de markt gaat uit van verkeerde signalen).  In 1997 had het ‘Nobelprijs’ comité de prijs uitgereikt aan twee economen Merton en Scholes die het principe van de bepaling voor de optieprijs wiskundig hadden geformuleerd. Hun idee probeerden ze zelf te gelde te maken via een investeringsmaatschappij. In 1998 hadden zij via deze investeringsmaatschappij, Long-Term Capital Management (LTCM), omvangrijke niet gedekte investeringen in derivaten uitstaan die volgens hen theoretisch geen risico konden opleveren. Toen in de zomer van 1998 de Russische overheid bankroet dreigde te gaan, begon LTCM  megaverliezen te lijden die zo groot waren dat een ‘bail-out’ van de Amerikaanse overheid nodig was. Het leek er op dat je een Nobelprijs kon krijgen voor een idee waarmee je failliet kon gaan. Dit jaar is het comité dus zo wijs geweest de prijs te geven aan economen die het tegenovergestelde hebben beweerd. Geloven de Zweedse heren professoren die lid zijn van dit comité soms zelf niet meer in het wetenschappelijke van de economie? Dat je de economische theorie ook van je kapper kunt leren?

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen