woensdag 16 oktober 2013

Hoe economen redeneren IV: waarom vrij verkeer (in de EU) slecht voor ons is

Veel politici en economen steunden aan het begin van deze eeuw het vrije verkeer voor werknemers in de EU. In vorige afleveringen hebben we al uitgelegd waar die steun op gebaseerd was: vrij verkeer zou welvaart voor iedereen brengen. Ik liet met opzet een paar effecten van het vrije verkeer weg, zoals een lezer al opmerkte. Dat was niet netjes, hoewel: de economen die de EU steunden deden dat indertijd ook. Waarom? Ja, omdat er natuurlijk duizend-en-een effecten zijn van verdergaande integratie in de EU, maar het gaat om de belangrijkste effecten. Het belangrijkste effect was dat de totale welvaart zou toenemen. En wie wil dat nu niet? Dat was een retorische vraag, maar er was toch een antwoord: de mensen van wie de welvaart niet toeneemt willen dat niet. Weliswaar neemt de totale welvaart toe (natuurlijk onder bepaalde voorwaarden die we niet benoemen), maar de verdeling van de welvaart verandert ook door immigratie. De mensen die moeten concurreren met de immigranten krijgen (door die concurrentie) minder inkomen en de mensen die niet hoeven te concurreren met de immigranten (voornamelijk ondernemers, hoog opgeleiden en andere rijken) krijgen juist meer inkomen. Die extra welvaart door het vrije verkeer van werknemers (als die er al is) waar de pleitbezorgers van integratie op wijzen, komt dus ten goede aan mensen die geen last hebben van immigranten. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de PvdA jarenlang economen herbergden die warm voorstander waren van toenemende integratie in de EU. Zij waren elite-economen die nooit last hadden gehad van de neveneffecten van immigratie.  Dat is later bijgedraaid, getuige de hartekreet van minister Asscher afgelopen zomer dat migratie tot een massale verdringing aan de onderkant van de arbeidsmarkt zou leiden.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen