dinsdag 12 november 2013

Hoe economen redeneren: waarom loonmatiging goed voor ons is


In Nederland is tot op de dag van vandaag (maar misschien moet ik zeggen: gisteren) loonmatiging als een na te streven beleidsdoel beschouwd. De reden daarvoor ligt voornamelijk in een CPB model (voor de fijnproevers: het jaargangenmodel) uit de jaren 70. In dat model zat een mechanisme waarbij als de lonen stegen de oudste machines in fabrieken werden afgestoten en vervangen werden door nieuwere en efficiĆ«ntere machines. Die nieuwe machines gebruikten minder arbeid (omdat ze efficiĆ«nter waren) en dus nam, als gevolg van de loonstijging de werkloosheid toe. Bij een gematigde loonmatiging zou dat niet gebeuren en er minder werkloosheid optreden. Bovendien, door een gematigde loonontwikkeling zouden ook nog eens de kostprijzen van producten maar beperkt stijgen, zodat de concurrentiepositie ten opzichte van het buitenland zou verbeteren. De export neemt daardoor toe, waardoor het nationale inkomen stijgt. Dus van loonmatiging worden we allemaal rijker. QED. Zo simpel is economie nu, dat je in nog geen 150 woorden kunt uitleggen waarom loonmatiging zo heilzaam is. Meer dan 30 jaar hebben beleidsmakers en economen dit instrument omarmd, vanaf het beroemde akkoord van Wassenaar uit 1982 tussen vakbonden, werkgevers en de regering Lubbers. Ook de politieke partijen konden niet om loonmatiging heen, al was het maar omdat hun verkiezingsprogramma’s door het CPB werden doorgerekend en, volgens het CPB-model dat daarbij gebruikt werd, was loonmatiging nu eenmaal goed voor de werkgelegenheid. Dus, als je mooie cijfers van het CPB wilde krijgen, moest je wel loonmatiging in je verkiezingsprogramma opnemen. Tot gisteren dus.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen