donderdag 19 december 2013

Een economische unie als verzekering II: migratie maakt welvaartsstaat overbodig

We zeiden eerder dat allerhande regelingen in de EU, zoals de schuldenunie en de bankenunie, voor de lidstaten als een verzekering werkt. Je hoeft de EU echter niet zo sterk op te tuigen om toch een verzekering dankzij de economische integratie te krijgen. Als je bijvoorbeeld alleen maar vrij verkeer van werknemers hebt en verder niets dan heb je ook al een vorm van verzekering. Vrij verkeer van werknemers is altijd een van de grondgedachten van de EU geweest en als dat goed zou werken, dan leidt dat dus tot winst door het wegnemen van economische onzekerheid. Stel bijvoorbeeld dat een land dat lid is van de EU getroffen wordt door economische tegenslag, zeg dat onverwacht de huizenmarkt instort. De economie van het ‘pechland’ zakt dan ook in elkaar met dalende inkomens en oplopende werkloosheid als gevolg. Maar onder de aanname dat in andere landen de huizenmarkt niet is ingestort, is er nog genoeg werk te vinden in die andere landen. Dus de werkenden van het getroffen land migreren naar een van de andere lidstaten waar ze makkelijk werk kunnen vinden. De overheid van het getroffen land bespaart daarmee de kosten van de werkloosheidsuitkeringen en het land kan zich weer herstellen door de lagere druk op de arbeidsmarkt en doordat de belastingen niet verhoogd hoeven te worden om de werkloosheidsuitkeringen te financieren. Door lid te zijn van een economische unie met vrij verkeer van werknemers is een land dus op twee manieren verzekerd tegen economische schokken, namelijk doordat de werkenden al dan niet via migratie altijd verzekerd zijn van een gegarandeerd arbeidsinkomen, waardoor, ten tweede, de overheid geen dure welvaartsstaat in de lucht hoeft te houden. Heaven on earth! Helaas te mooi om waar  te zijn zoals we nog zullen zien. 

woensdag 18 december 2013

Een economische unie als verzekering I

In feite werkt een unie, zoals de bankenunie in de EU of meer algemeen de EU zelf, als een soort verzekering tegen domme pech. Je sluit een verzekering af als je wilt uitsluiten dat pech je ruïneert zonder dat je er wat aan kunt doen. Daarom hebben mensen een ziektekostenverzekering: omdat een ziekte je met torenhoge schulden zou kunnen opzadelen. Bij een verzekering maakt de verzekeringsmaatschappij gebruik van de wet van de grote getallen. Als er genoeg mensen zijn die zich verzekerd hebben en als iedereen een niet al te grote kans heeft overvallen te worden door pech (bijvoorbeeld ziekte), dan kan de pech van de enkeling financieel gedekt worden door de velen die de pech niet hebben. Vaak werkt dat goed (maar soms niet, waarover later meer) en we weten al heel lang hoe zegenrijk verzekeringen zijn. Minstens 3000 jaar al bestaan er verzekeringen. Een economische unie heeft veel weg van een verzekering. Bij een schuldenunie is dat het meest duidelijk. Als een overheid in zo’n unie last heeft van een onbeheersbare schuld (buiten haar schuld), dan kan een deel van de schuld overgenomen worden door de overheden van andere deelnemers aan de schuldenunie. Die doen dat omdat ze zelf ook geholpen zullen worden als ze in de problemen komen. Bij een bankenunie, idem dito. Als een bank van lidstaat X in de problemen komt, kan die bank in leven worden gehouden door de bankenunie. Alle lidstaten werken daar aan mee, want morgen kan er een probleem zijn van een bank in lidstaat Y. Kortom, alle lidstaten werken vrijwillig mee aan de bankenunie. Is het eigenlijk niet dom dat de EU niet eerder aan de oprichting van een bankenunie heeft gedacht? Een echte verzekering, laten we zeggen een brandverzekering, zou in ieder geval niet gestart zijn nadat de pech al was opgetreden: brandende huizen kun je niet verzekeren. In de EU kan dat kennelijk wel.

zondag 15 december 2013

Waarom de bankenunie goed voor ons is

Een nieuw verschijnsel in de Europese instituties is de bankenunie, die als belangrijke (maar niet als enige) taak heeft toezicht te houden op de bankensector in de EU. Momenteel houden nationale overheden en centrale banken hun eigen banken in de gaten en er zijn nationale garantieregels voor de (kleine) spaarders voor het geval het fout mocht gaan bij een bank. Dat lijkt volkomen uit de tijd, gegeven het Europees wijd opereren van grote banken. In Nederland zijn vestigingen van buitenlandse banken die hun gang gaan zonder dat de Nederlandse overheid daar veel invloed op heeft en omgekeerd voor vestigingen van Nederlandse banken in het buitenland. Om deze lacune te dichten ligt het voor de hand het toezicht op banken naar centraal Europees niveau te verplaatsen. Dat heeft ook als voordeel dat banken eerder tot de orde geroepen worden dan onder de huidige situatie. Momenteel houden nationale banken en overheden elkaar nogal eens in een houdgreep. Dat komt omdat in landen als Spanje en Italië banken grote aandelen hebben genomen in de schuld van hun overheid, met als gevolg dat het omvallen van de een ook het omvallen van de ander impliceert. Met andere woorden, de overheid in deze landen heeft er geen belang bij om hun banken tot de orde te roepen. Bij Europees toezicht wordt dat doorbroken. Het Nederlandse kabinet ziet zo’n bankenunie als het beste middel om riskant gedrag van banken in Europa te voorkomen. Maar, geeft de regering ruiterlijk toe, er zijn ook risico’s. Wij citeren onze eigen regering: “Deze [risico’s] zijn in het bijzonder gelegen in de prikkels voor zowel banken als nationale overheden voor risicovol en onwenselijk gedrag aangezien (…) sprake is van (toenemende) risicodeling.” Kan dat: beter toezicht en toch meer risico dat het mis gaat? Zeker, wij geven de regering volkomen gelijk.  

vrijdag 13 december 2013

De bankenunie: een trein die niet meer te stoppen is

Sinds de krediet- en bankencrisis (2008) en de daarop volgende schulden- en eurocrisis (2010) gaat het debat tussen economen meer en meer over de EU. Voor die tijd was de houding tegenover de EU van neutraal tot positief. Er was bijvoorbeeld vrijwel geen Nederlandse econoom die zich negatief over de Europese grondwet uitliet. De econoom die dat wel deed (Arjo Klamer, bijvoorbeeld en, in alle bescheidenheid, ondergetekende) werd als een soort querulant beschouwd. Slechts weinigen dachten dat er iets fout kon gaan in de EU. Toen kwamen de genoemde crises en de economen die tot dan toe stil waren geweest over Europa vielen over elkaar heen in het aantonen van hun gelijk over wat ze altijd al gezegd hadden. Namelijk dat Europa goed voor ons is, maar dat de organisatie helemaal fout was. Opeens kwamen er allerlei voorzieningen die niemand ooit daarvoor had voorgesteld, maar die nu opeens goed voor de Europese burger bleken te zijn. De laatste loot aan die stam van gloednieuwe Europese voorzieningen is de bankenunie. Die bankenunie is politiek helemaal niet meer te stoppen. Het gaat zoals het met de Eerste Wereldoorlog (WO I) is gegaan. De historica Barbara Tuchman beschreef beeldend dat WO I vanaf een zeker moment niet meer te stoppen was. De kanonnen waren al op de treinen gezet, de treinen waren gaan rijden, het kanonnenvoer was al geronseld en was al onderweg naar een vrijwel zekere dood. Ook al was er eigenlijk geen reden voor oorlog, die oorlog kwam toch. Leidt de bankenunie tot net zo’n drama als WOI? Wel, we zullen het zien. Zoals gewoonlijk bij economische verschijnselen kan men met de bankenunie meerdere kanten op redeneren. Dat zullen we zeker gaan doen.