woensdag 1 januari 2014

Adam Smith en de moraal in de economie volgens Tomas Sedlacek, I

Vrij algemeen wordt Adam Smith (1723-1790) als de aartsvader van de economische wetenschap gezien. Uit zijn beroemde boek The wealth of nations stamt het idee dat als mensen er op uit zijn hun eigen belang te bevorderen en met anderen tot transacties komen (via de markt) een optimaal resultaat wordt verkregen. De markt leidt via een ‘onzichtbare hand’ tot een zo hoog mogelijke welvaart. Was hij de eerste met deze boodschap? Niet volgens Tomas Sedlacek die in zijn boek Economics of good and evil laat zien dat in eeuwenoude mythes en religies hetzelfde idee al werd verkondigd, al dan niet in verhulde vorm. Sedlacek besteedt een heel hoofdstuk aan een voorganger van Smith, namelijk Bernard Mandeville (1670-1733) die volgens Sedlacek de echte vader was van het idee van de onzichtbare hand. Mandeville had echter een iets andere opvatting over de gewenste moraal van individuen. Terwijl Smith er van uitging dat ‘neutraal’ eigen belang voldoende was voor het bereiken van een maximale welvaart, waren daar volgens Mandeville expliciet slechte individuele motieven voor nodig. Welvaart komt voort uit ondeugd. Om Mandeville via Sadlecek te citeren: “Thus every Part was full of Vice/Yet the whole Mass a Paradice”, en: “That strange ridic’lous Vice, was made/ The very wheel, that turn’d the Trade”. In een deugdzame samenleving zou er geen sprake meer zijn van welvaart; het is dus contraproductief ten strijde te trekken tegen ondeugd. Mandeville werd indertijd door deze opvatting een voorwerp van controverse in het Verenigd Koninkrijk. Adam Smith werd bijna 50 jaar later echter als een grote filosoof binnen gehaald met het verschijnen van de Wealth, terwijl hij ongeveer eenzelfde idee als Mandeville propageerde. Hij kreeg dat volgens Sedlacek voor elkaar omdat hij aannam dat mensen naast zelfzucht ook gevoelens van altru├»sme koesterden, zoals we volgende keer zullen zien.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen