vrijdag 14 februari 2014

Een economische unie als verzekering III: helaas, migratie is er niet genoeg (of te veel)

Het wordt tijd weer eens terug te keren naar onze economische argumenten voor of tegen migratie. Het laatste argument dat we bespraken ging over de mogelijkheid van migratie als een soort verzekering binnen een economische unie. Als het slecht gaat in een land van de unie, kan het in één of meerdere andere land goed gaan. Zodra het slecht met je gaat in jouw land (je wordt werkloos, of je krijgt geen loonsverhoging) ga je naar een ander land waar de arbeidsmarkt beter is. Dan heb je ook nauwelijks een stelsel van sociale zekerheid nodig: niemand hoeft er immers werkloos te worden; er is altijd wel een plek waar het goed gaat. In de EU werkt het helaas niet zo. Dat komt omdat de werklozen in de EU liever een uitkering ontvangen dan dat ze naar een ander land emigreren. Niet omdat ze lui zijn, maar in feite omdat de EU geen goede unie is. De werkenden kennen de taal niet van andere EU-landen, weten ook niet hoe de regels op de arbeidsmarkten elders zijn, het is ook onbekend hoe hun kwalificaties worden beoordeeld, enzovoorts. Ziehier een van de grootste problemen van de EU. Eigenlijk hadden de Grieken bij het uitbreken van schuldencrisis in 2010 massaal moeten migreren naar Duitsland, Oostenrijk Nederland, enz., maar ze deden het niet. De EU wil een soort federatie zijn met een gemeenschappelijke arbeidsmarkt, maar de barrières tussen de landen zijn te groot om migratie mogelijk te maken. Er zijn wel uitzonderingen. De Oost-Europeanen zijn veel meer bereid huis en haard te verlaten voor een hoger inkomen dan Zuid Europeanen. Maar een vloedgolf aan immigranten vinden de ontvangende landen weer niet prettig, vooral niet omdat de kans dat de migratiestroom ook de andere kant op zou kunnen gaan, heel klein is. De unie is dan dus geen verzekering omdat de deelnemende landen te ongelijk zijn. Maar ook omdat migratie de andere kant op (Nederlanders die massaal in Polen gaan werken) eigenlijk ondenkbaar is.