woensdag 23 april 2014

Akrima Kourtit en Peter Nijkamp: over creatieve kampioenen (samenvatting)

Dit artikel van K&N (Journal of Regional Science, 2013, pp. 749-777) gaat, onder meer, over de vraag of bedrijven in de ‘creatieve sector’ gebruik maken van strategische analyses, waarbij die bedrijven aan de hand van hun missie kunnen nagaan wat ‘kritische succesfactoren’ zijn voor de resultaten van het bedrijf en of er correcties nodig zijn om het gewenste doel te kunnen bereiken. Of bedrijven dergelijke analyses toepassen wordt aan de hand van interviews gemeten. Belangrijker voor het artikel is echter de vraag of bedrijven die dergelijke analyses toepassen ook werkelijk succesvoller zijn. De auteurs zijn niet echt onbevooroordeeld over deze vraag zoals blijkt uit dit citaat: “Bedrijven met een volledig geïmplementeerd systeem van strategische analyses hebben een sterkere concurrentiepositie dan bedrijven die een dergelijk systeem alleen maar overwegen.” Uit de ‘literatuur’ weten de auteurs dat er externe en interne succesfactoren bestaan. Bij de externe factoren gaat het bijvoorbeeld om de aanwezigheid van goed opgeleide mensen, bij de interne factoren kun je denken aan de winstgevendheid van het bedrijf en de kwaliteit van de dienstverlening. Vervolgens wordt vermeld dat er gegevens zijn verzameld over 60 bedrijven (20 grote en 40 middelgrote) die allemaal in verschillende mate strategische analyses toepassen. Van deze bedrijven beschikken ze over informatie over input- en outputfactoren en de locatie van de bedrijven (in Nederland). De locatie is uiteraard objectief vast te stellen, maar dat geldt minder voor de input- en outputfactoren. Het lijkt er op dat de informatie hierover uit de interviews met leidinggevenden van de bedrijven wordt verkregen. Volgens het artikel worden deze factoren via een statistische techniek tot een beperkt aantal terug gebracht. Met de overgebleven gegevens wordt daarna de relatieve prestaties van de bedrijven gemeten door Data Envelopment Analysis (DEA). Deze methode komt er op neer dat nagegaan wordt wie het meeste produceert bij bepaalde combinaties van inputs. Meer dan de helft van de bedrijven blijkt maximaal efficiënt te zijn in de volgende zin. Bij deze bedrijven geldt dat er geen enkel andere bedrijf is dat met dezelfde hoeveelheid inputs beter zou kunnen presteren. Omdat dit resultaat niet erg onderscheidend wordt gevonden, gaan de auteurs er vervolgens toe over de efficiënte bedrijven nog  nader onder te verdelen in ‘exceptionele bedrijven’ en de ‘creatieve kampioenen’. De exceptionele bedrijven blijken vaker strategische analyses van hun eigen prestaties te maken. Statistische toetsen blijken dit resultaat te bevestigen.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen