dinsdag 23 december 2014

Geluk en herverdeling, II

Zoals we vorige keer concludeerden kun je, als de welvaart meet op de manier van Pareto, geen oordeel hebben over de verdeling. Stel dat we constateren dat er verspilling is in de economie en we heffen die verspilling op door wat dan ook, dan komen er middelen vrij die we kunnen uitdelen. Als we die extra middelen vervolgens geven aan de familie Heineken, dan is dat een welvaartverbetering volgens Pareto, maar niet-economen zullen zich misschien afvragen of dat nu echt de best mogelijke besteding van de ‘welvaartswinst’ is. Misschien leidt het wel tot welvaartsverlies omdat de arme sloebers, die zien dat de familie Heineken nog rijker geworden is, zich nog armer gaan voelen. Kortom, het Pareto-criterium laat ons hier behoorlijk in de steek. Dat wil overigens niet zeggen dat de manier van welvaart meten volgens Pareto nooit zin heeft. We gaven elders voorbeelden waarbij het Pareto-oordeel nuttige diensten kan bewijzen. Je kunt dus soms wel nagaan of er beslissingen genomen worden die tot verspilling leiden. Maar in deze tijd, nu de ongelijkheid onder werkenden en tussen werkenden en vermogensbezitters aan het toenemen is, willen we weten aan wie we iets extra’s moeten geven en ten koste van wie. Dan moeten we dus op een of andere manier verschillende verdelingen van de welvaart tussen individuen en gezinnen met elkaar vergelijken. Zouden we niet, net als individuen doen met hun ‘individuele nut’, aan iedere mogelijke verdeling met zijn allen een ‘sociaal geluksgetal’ kunnen toekennen en dan die verdeling nemen met het hoogst mogelijke getal? Dit is het idee achter de sociale welvaartsfunctie. We hebben daar eerder over gesproken. Volgens dit idee hoeven we het er alleen maar over eens te worden hoe al onze verschillende voorkeuren over de verdeling bij elkaar opgeteld hoeven te worden om tot ‘sociale voorkeuren’ te komen. Wordt vervolgd

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen