dinsdag 22 november 2016

Waarom het eigen risico in NL de medische overconsumptie niet beperkt III

We concludeerden dat bij specialistische hulp een effectief eigen risico zo’n 40.000€ zou kunnen bedragen. Dat wordt natuurlijk nooit ingevoerd. Met andere woorden, het eigen risico is niet geschikt om overconsumptie tegen te gaan bij duurdere zorg, zoals veel specialistische zorg. Er komt nog iets bij, namelijk dat het plaatje er van uitgaat dat een patiënt voorkeuren heeft over het aantal behandelingen in relatie tot de prijs (zie in het plaatje de rode lijn Dm). Dat lijkt enigszins realistisch als het gaat om huisartsbezoek, maar is veel minder realistisch als het gaat om specialistische zorg. Stel, je hebt longkanker (om maar iets dramatisch te noemen), zou je je dan vaker laten bestralen als de prijs per bestraling lager is? Retorische vraag. Een patiënt verlaat zich op het oordeel van de arts. Als de arts in staat is het maatschappelijk optimale aantal bestralingen qm vast te stellen, dan wordt de ‘vraagcurve’ in dat geval de verticale lijn Di. Maar het zou natuurlijk ook kunnen dat de arts denkt dat C behandelingen optimaal is. Hoe dan ook, wat de arts ook denkt, als de patiënt zich bij het oordeel van de arts aansluit, heeft het eigen risico geen enkel effect op het aantal behandelingen. Het eigen risico is botweg een belasting op (ernstig) ziek zijn. Eigen schuld, dikke bult. Wat we ook direct zien is dat de overconsumptie (zo die bestaat) in dit geval niet voortkomt uit het gedrag van de patiënt, maar helemaal bepaald wordt door de beslissingen van de arts. Als de arts besluit dat er C behandelingen nodig zijn, is er overconsumptie. De patiënt heeft alleen invloed op de hoeveelheid zorg als hij/zij zelf werkelijk de keuze heeft, zoals bij een bezoek aan de huisarts. Een eigen risico is dan effectief en hoeft, omdat huisartsbezoek relatief lage kosten met zich brengt, ook niet hoog te zijn. De politiek wil echter geen eigen risico op huisartsbezoek, zoals we elders hebben geconstateerd, en dus heeft de politiek een eigen risico ingevoerd dat geen effect heeft op de medische consumptie (wordt vervolgd). 

zondag 20 november 2016

Waarom het eigen risico in NL de medische overconsumptie niet beperkt II

We zagen dat het eigen risico van medische behandelingen tegen een bepaalde ziekte hoog moet zijn, in feite hoger dan de behandelingskosten bij de maatschappelijk optimale hoeveelheid behandelingen. Een eigen risico dat effectief is kan dan tot maatschappelijk onaanvaardbaar hoge kosten voor patiënten leiden. Kijk weer naar het plaatje. We hebben nu twee eigen risico’s ingetekend, namelijk een laag eigen risico bij R1 behandelingen en een hoog eigen risico bij R2 behandelingen. Het eerste eigen risico is even hoog als het eigen risico in onze eerdere voorbeelden. Het is niet effectief en leidt dus tot een te hoog aantal behandelingen C. Het tweede eigen risico is wel effectief, dat wil zeggen bij dit eigen risico zal de patiënt voor de maatschappelijke optimale hoeveelheid behandelingen qm kiezen. We gaan dat weer even uitrekenen. Als de patiënt qm behandelingen kiest, is het netto welzijn pmAB. Als de patiënt C behandelingen kiest, is zijn netto welzijn echter gelijk aan pmAB – BGH + R2HC. Met ons economische timmermansoog zien we dat het driehoekje R2HC kleiner is dan het driehoekje BGH. Het netto welzijn voor de patiënt is dus hoger bij qm dan bij C behandelingen. Hij zal dus qm medische behandelingen kiezen. Het optimale aantal! Goed nieuws? Nee dus. Laten we eens het voorbeeld van specialistische hulp nemen (en die valt ook onder het eigen risico). Neem aan dat bij C behandelingen de kosten 50.000€ per jaar bedragen en dat is geen onrealistisch hoog bedrag. Een effectief eigen risico zou dan (in ons plaatje) een kleine 40.000€ kunnen bedragen. Oftewel, bij dure specialistische hulp is een effectief eigen risico voor sommige patiënten gelijk aan een jaarsalaris. Het is niet voorstelbaar dat iemand een dergelijk hoog eigen risico ooit redelijk zal vinden. (wordt vervolgd)

vrijdag 4 november 2016

Waarom het eigen risico in NL de medische overconsumptie niet beperkt I

Om de werking van het eigen risico te weten te komen, maken we weer gebruik van het plaatje dat we hier en hier al tegenkwamen. De rode lijn Dm stelt de vraag naar medische behandelingen voor van een patiënt. Die vraag is groter als de prijs van de behandeling lager is. Als er echter een verzekering is, is de prijs nul en het aantal gevraagde behandelingen is C. We weten dat het aantal medische behandelingen vanuit maatschappelijk oogpunt bij C te hoog is. Daarom wordt met een eigen risico geprobeerd de overconsumptie te beperken. In het plaatje is er een eigen risico dat gelijk is aan 0pmFR. R behandelingen moet de patiënt uit eigen zak betalen (tegen een prijs van pm per behandeling) en alle behandelingen daar bovenop worden door de verzekeraar vergoed. Toch kunnen we zien dat bij dit eigen risico de patiënt toch C medische behandelingen zal willen. Bij R medische behandelingen is het netto welzijn voor de patiënt positief (namelijk de oppervlakte OAER – 0pmFR) en alle behandelingen bovenop R zijn gratis en geven een positief extra welzijn (namelijk ERC). De patiënt zal dus meer netto welzijn genieten bij C medische behandelingen dan bij qm. Vanuit maatschappelijk oogpunt is qm beter zoals we gezien hebben. Het eigen risico is dus te laag, het zal flink hoger moeten zijn, wil er enig effect van uitgaan. Hoeveel hoger? Stel dat het eigen risico gelijk is aan 0pmBqm. Dus, de patiënt moet de optimale hoeveelheid behandelingen (namelijk qm) zelf betalen en alle behandelingen daar bovenop zijn gratis. Kiest de patiënt qm of C? Reken even mee. Bij qm medische behandelingen is het netto welzijn voor de patiënt gelijk aan pmAB (namelijk het totale bruto welzijn 0ABqm minus de betaalde behandelingskosten 0pmBqm). Als de patiënt C medische behandelingen zou kiezen, zou hij bovenop pmAB nog een extra netto welzijn ontvangen van qmBC. Hij kiest dus voor C medische behandelingen. Er is dus nog steeds overconsumptie, ondanks het hoge eigen risico (wordt vervolgd).