dinsdag 6 december 2016

Zorgaanbieders bepalen hun eigen inkomen

In 1971 publiceerde Martin Feldstein een artikel waarin hij empirisch aantoonde dat de ziekenhuisuitgaven een functie zijn van de beschikbaarheid van artsen en bedden. Het gaat daarbij niet alleen om ziekenhuisartsen, maar ook om de hoeveelheid huisartsen rondom ziekenhuizen. Naarmate er meer huisartsen per inwoner in een regio zijn, zullen er minder patiënten doorverwezen worden naar een ziekenhuis of een specialist. Als er relatief veel huisartsen zijn, is voor die huisartsen de spoeling dun en hebben ze meer tijd om aan hun patiënten te besteden. Omgekeerd, als er in een regio relatief veel medisch specialisten in een ziekenhuis werken, zullen er meer patiënten in het ziekenhuis worden opgenomen. Dit is het bekende effect van aanbod die zijn eigen vraag schept. Dat effect blijkt in de medische sector erg sterk te zijn. Dat geldt bijvoorbeeld ook voor de invloed van het aantal bedden. Ongeacht de demografische samenstelling van de regio en ongeacht de omvang van het ziekenhuis zal het bezettingspercentage van de bedden in een regionaal ziekenhuis altijd ongeveer even hoog zijn. Het ziekenhuis zorgt er voor dat er altijd voldoende patiënten zijn in verhouding tot het aantal bedden. Heeft het ziekenhuis om een of andere reden relatief veel bedden, dan komen die toch vol tot het gewenste maximum: zieken of geen zieken! Zorgaanbieders zorgen, met andere woorden, zelf voor hun gewenste inkomen. Dit is natuurlijk niet uitzonderlijk. Beroepsgroepen als notarissen, advocaten en accountants bepalen door hun tarieven ook hun eigen inkomen, al is de hoop dat door concurrentie die tarieven in de hand gehouden kunnen worden. Er is bij deze beroepsgroepen ook geen sprake van patiënten. Wij zouden toch niet willen dat artsen bij het vaststellen van hun eigen inkomen de belangen van patiënten veronachtzamen. Bijvoorbeeld door ze te veel te behandelen. Dat willen we toch niet. Toch? Maar het gebeurt. (wordt vervolgd)

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen